Welke ATEX-producten heb je nodig per explosieveilige zone?

ATEX-producten

De juiste ATEX-producten kiezen begint bij het kennen van de zone-indeling van jouw werkomgeving. Niet elk explosieveilig materiaal is geschikt voor elke situatie: een product dat alleen geschikt is voor zone 2 mag je niet zomaar inzetten in zone 1 of zone 0. De ATEX-richtlijn 2014/34/EU stelt eisen aan apparatuur en beschermingssystemen voor gebruik in explosieve atmosferen. Voor werkgevers en gebruikers spelen daarnaast de Arbowetgeving, ATEX 153 en het explosieveiligheidsdocument een belangrijke rol. Wie materiaal kiest dat niet past bij de zone, vergroot het veiligheidsrisico en kan ook bij inspecties of incidenten problemen krijgen.

Zone-indeling: de basis voor ATEX-producten selectie

Explosiegevaarlijke omgevingen worden ingedeeld in zones op basis van de aanwezigheid van brandbare gassen, dampen, nevels of stof. Voor gassen, dampen en nevels gelden zone 0 (continu, langdurig of vaak aanwezig), zone 1 (af en toe aanwezig bij normaal gebruik) en zone 2 (zelden en kort aanwezig). Voor stof gelden de vergelijkbare zones 20, 21 en 22. Hoe hoger het risico, hoe strenger de eisen aan het materieel. In zone 0 en 20 zijn apparaten van categorie 1 nodig. In zone 1 en 21 zijn categorie 1 en 2 geschikt. In zone 2 en 22 kunnen, afhankelijk van de toepassing, ook categorie 3 producten worden toegepast.

Deze indeling heeft directe gevolgen voor de ATEX-producten die je mag inzetten. Een praktisch voorbeeld: bij een installatie met brandbare vloeistoffen kan de ruimte direct bij een mogelijke dampbron een zwaardere zone-indeling krijgen dan de omgeving verderop. Voor elk gebied gelden andere selectiecriteria. De exacte zone-indeling moet daarom altijd worden vastgesteld op basis van de werkelijke situatie, de aanwezige stoffen en de kans dat een explosieve atmosfeer ontstaat.

Welke producten zijn nodig in explosieveilige zones?

In een explosiegevaarlijke omgeving moet apparatuur die in de betreffende zone wordt gebruikt, geschikt en gecertificeerd zijn voor die zone. Dat kan gelden voor transformatorkasten, verdeelkasten, verlengkabels, kabelhaspels, stekkermateriaal en verlichtingsarmaturen. Friand levert KEMA-gecertificeerde explosieveilige producten die zijn bedoeld voor gebruik in omgevingen met explosiegevaar, afhankelijk van de uitvoering en toepassing. De trafokasten zijn voorzien van onder meer CEAG- en Stahl-stekkers, die veel worden toegepast in ATEX-omgevingen en ook beschikbaar zijn als onderdeel van de trafokasten van Friand.

Naast de certificering speelt de IP-classificatie een belangrijke rol. In stofexplosieve omgevingen, zoals zones 20, 21 en 22, is bescherming tegen binnendringend stof belangrijk. IP65 betekent dat een behuizing stofdicht is en beschermd is tegen waterstralen. In sommige toepassingen kan IP66, IP67 of een andere beschermingsgraad nodig zijn. Ook de mechanische robuustheid van de behuizing, de kabelinvoer en het stekkermateriaal zijn belangrijk, omdat de hele keten geschikt moet zijn voor de omgeving waarin deze wordt gebruikt.

Verlengkabels en kabelhaspels in ATEX-omgevingen

Een aspect dat regelmatig wordt onderschat bij de inzet van ATEX-producten, zijn de verlengkabels en kabelhaspels. Een gewone verlengkabel of kabelhaspel zonder juiste Ex-certificering is niet geschikt voor gebruik in explosiegevaarlijke zones. In ATEX-omgevingen zijn explosieveilige verlengsnoeren nodig die passen bij de betreffende zone, gasgroep en temperatuurklasse. Friand levert dergelijke kabels als onderdeel van het assortiment verlengkabels. Let bij kabelhaspels ook op de gebruiksinstructies. In veel gevallen moeten haspels volledig worden afgerold om warmteopbouw te voorkomen, zeker wanneer er zwaardere belastingen op worden aangesloten.

Gasgroepen en temperatuurklassen

Naast de zone-indeling bepalen ook de gasgroep en temperatuurklasse welke ATEX-producten geschikt zijn. Gasgroep IIA omvat onder meer stoffen zoals propaan. Gasgroep IIB geldt voor stoffen met strengere eisen, zoals ethyleen. Gasgroep IIC is de zwaarste groep en omvat onder meer waterstof en acetyleen. Een product voor gasgroep IIC is in de regel ook geschikt voor IIA en IIB, maar niet andersom. De temperatuurklasse (T1 tot T6) geeft de maximale oppervlaktetemperatuur van het product aan. T6 is het strengst en staat maximaal 85 °C toe. Je kiest altijd een temperatuurklasse die past bij de ontstekingstemperatuur van de aanwezige stof.

Stel: je werkt in een omgeving waar pentaan aanwezig is. Pentaan heeft een ontbrandingstemperatuur van circa 260 °C en valt in gasgroep IIA. Je hebt dan ATEX-producten nodig die geschikt zijn voor gasgroep IIA en een temperatuurklasse die onder die ontbrandingstemperatuur blijft, bijvoorbeeld T3 met maximaal 200 °C of een strengere klasse zoals T4, T5 of T6. Welke keuze het meest logisch is, hangt af van de toepassing, beschikbaarheid en gewenste veiligheidsmarge.

Praktisch advies bij de selectie

Bij de selectie van explosieveilig materiaal is het verstandig om te beginnen met een explosieveiligheidsdocument (EVD). Dit document hoort bij de verplichtingen voor werkgevers rondom explosiegevaar en beschrijft onder meer de risicoanalyse, de zone-indeling, de aanwezige stoffen en de genomen technische en organisatorische maatregelen. Op basis van dat document selecteer je gecertificeerde ATEX-producten die zijn afgestemd op de specifieke omgeving. Friand adviseert hierbij graag en kan producten leveren die aansluiten op jouw specifieke situatie. Neem contact op voor technisch advies over de juiste keuze voor jouw zone.

Veelgestelde vragen

Mag ik ATEX-producten voor zone 1 ook gebruiken in zone 2?

Ja, in de regel mag dat. Een product dat geschikt is voor zone 1, meestal categorie 2, voldoet doorgaans ook voor zone 2, waar categorie 3 kan volstaan. Andersom geldt dit niet: een product dat alleen geschikt is voor zone 2 mag je niet gebruiken in zone 1 of zone 0. Controleer altijd de Ex-markering en de documentatie van het product.

Wat is het verschil tussen KEMA-certificering en ATEX-certificering?

ATEX is de Europese regelgeving voor apparatuur en beschermingssystemen die bedoeld zijn voor gebruik in explosieve atmosferen. KEMA is een keurings- en certificeringsnaam die in de markt wordt gebruikt voor producten die door een onafhankelijke instantie zijn beoordeeld. Een KEMA-certificaat kan aantonen dat een product voldoet aan de eisen voor de opgegeven toepassing, zone, gasgroep en temperatuurklasse.

Zijn standaard verlengkabels toegestaan in ATEX-zones?

Een standaard verlengkabel of kabelhaspel zonder juiste Ex-certificering is niet geschikt voor gebruik in explosiegevaarlijke zones. In ATEX-zones zijn verlengsnoeren nodig die geschikt zijn voor de betreffende zone, gasgroep en temperatuurklasse. Friand levert dergelijke kabels uit eigen assortiment.

 

Friand medewerker die controle uitvoert
Paddenstoel verdeelkast voor tijdelijke stroomvoorziening - Friand Elektrotechniek
een goede uitleg en functionering baat kunst!
Mederwerker Friand met perserij
Friand medewerker op de trap met verlengkabel
Friand medewerker werkt aan assemblage in de werkplaats
Friand medewerker verplaatst verdeelkasten in de werkplaats
Friand medewerker voert montagewerkzaamheden uit aan een elektrische installatie
Friand medewerker aan het werk in de werkplaats
Friand medewerker bezig met bedrading in een schakelkast
Medewerker van Friand aan het bureau in overleg

Lees nog meer: