Een stroomhaspel kies je op basis van drie dingen: de IP-klasse van de behuizing, de aderdoorsnede van de kabel en het amperage van de aansluiting. Voor professioneel gebruik op de bouwplaats of het festivalterrein is IP65 het minimum, want die klasse is stofdicht en straalwaterdicht. Hoeveel spanningsverlies je krijgt, hangt af van lengte, stroom en aderdoorsnede samen: bij 16A over 25 meter zit je met 1,0 mm² rond de 6 procent, boven de 5 procent die je in de praktijk aanhoudt, terwijl 2,5 mm² onder de 3 procent blijft. Welke combinatie van kabeltype, amperage en aardlekbeveiliging je nodig hebt, hangt af van waar de haspel komt te liggen.

Wat is een stroomhaspel en wanneer gebruik je hem?

Een stroomhaspel is een kabelhaspel met een CEE-aansluiting waarmee je stroom over een afstand verplaatst zonder vast te zitten aan een stopcontact. Je gebruikt hem tussen de stroomverdeelkast en het gereedschap of de apparatuur op locatie, bijvoorbeeld tussen een paddenstoel op de bouwplaats en een boormachine twintig meter verderop. Friand levert deze haspels als onderdeel van de kabelhaspels-lijn, met H07RN-F neopreen aansluitsnoeren van 3 tot 25 meter en aderdoorsnedes van 2×1,0 mm² tot 3×2,5 mm². Voor kortere, vaste verbindingen zonder haspel kies je vaker voor losse verlengkabels, maar op een terrein waar je regelmatig verplaatst is de haspel praktischer omdat je de kabel snel oprolt en weer uitrolt.

De stroomhaspel duikt op in veel meer omgevingen dan alleen de bouwplaats. Op een foodtruck sluit je frituur en koeling aan op een compacte haspel met een korte, robuuste kabel, denk aan stroom voor foodtrucks. Op een filmset verplaats je de haspel constant tussen opstellingen, en bij een beurs of showroom loopt de kabel vaak zichtbaar over de vloer, dus dan bescherm je die met een kabelbrug voor de veiligheid van bezoekers. Elke toepassing vraagt om een andere combinatie van lengte, IP-klasse en amperage.

Welke IP-klasse heeft een stroomhaspel nodig op de bouwplaats of het festival?

Binnen of onder een overkapping volstaat IP44, spatwaterdicht en voldoende voor een werkplaats zonder blootstelling aan regen. In een stoffige maar overdekte ruimte ga je naar IP54, stofbeschermd en spatwaterdicht. Op een open bouwplaats, zoals bij stroom op de bouwplaats, kies je IP65: stofdicht en straalwaterdicht. Dezelfde eis geldt bij stroom op een festival, waar de haspel dagenlang in weer en wind buiten staat. IP67 voeg je alleen toe als de haspel kortstondig onder water kan komen, zoals bij plotselinge wateroverlast op een evenemententerrein.

Kabeldikte en lengte: voorkom spanningsverlies

Spanningsverlies hangt af van drie factoren samen: de lengte van de kabel, de stroom die er doorheen loopt en de aderdoorsnede. Bij 230V houd je maximaal 5 procent aan. Kom je daarboven, dan draait het gereedschap trager en warmer, trekt het meer stroom en kan de installatieautomaat aanspreken. Trek je 16A over 25 meter, dan zit je met 1,0 mm² rond de 6 procent, met 1,5 mm² op ruim 4 procent en met 2,5 mm² op ongeveer 2,4 procent. Bij een lichte belasting van een paar ampère haal je die grens met een dunne ader niet eens, dus reken met de werkelijke stroom en niet met de lengte alleen.

De lichtste uitvoeringen zijn bedoeld voor korte afstanden en licht gebruik. Ga je richting de langere haspels of sluit je zwaardere apparatuur aan, dan kies je 3×2,5 mm². Twijfel je over de juiste doorsnede, neem dan een maat dikker, dat kost weinig extra materiaal en voorkomt storingen midden op locatie. Rol de kabel bij hoge belasting bovendien volledig af. Een opgerolde wikkeling voert zijn warmte slecht af en kan de isolatie beschadigen, ook als de doorsnede op papier ruim genoeg is.

Amperage en aansluiting kiezen

Het amperage van de haspel moet aansluiten op het vermogen van de apparatuur die je erop aansluit. Tel het wattage van alle apparaten op en reken 20 tot 30 procent marge erbij: een boormachine van 800W samen met een slijptol van 1200W komt op 2000W, dus kies een aansluiting die dat ruimschoots aankan. Voor licht gebruik met enkele apparaten voldoet een 16A CEE-aansluiting, voor een standaard bouwplaats met meerdere machines ga je naar 32A, en bij zwaardere machines of subverdeling per zone naar 63A. Sluit je de haspel aan op een grotere stroomverdeelkast, controleer dan of de stekkers van haspel en kast overeenkomen in stroomsterkte en aantal polen.

Aardlekbeveiliging en normen bij de stroomhaspel

Bij mobiele installaties eist NEN1010 aardlekbeveiliging, en dat geldt ook voor de stroomhaspel die je op locatie inzet. Een aardlekschakelaar detecteert lekstroom via onbalans tussen twee wikkelingen op een kern, spreekt aan vanaf 30 mA en schakelt bij een forse lekstroom binnen 40 milliseconden uit. Die beveiliging staat los van spanningsverlies: het een gaat over stroom die naar aarde weglekt, het ander over spanning die onderweg verloren gaat. NEN3140 gaat over het veilig werken met de installatie zelf, dus over keuring en periodieke controle van de haspel en de aansluitingen. Werk je met zwaardere apparatuur in een vochtige of geleidende ruimte, overweeg dan een scheidingstransformator naast de haspel voor extra veiligheid.

Twijfel je tussen twee uitvoeringen, vraag dan een vrijblijvende offerte aan bij Friand. Elke stroomhaspel wordt op maat samengesteld qua lengte, kabeltype, aansluiting en kleurcodering, zodat de haspel precies aansluit op de klus die je voor je hebt.

Veelgestelde vragen

Welke IP-klasse heeft een haspel voor buitengebruik nodig?

Voor buitengebruik op bouwplaatsen en evenementen kies je IP65, want die klasse is stofdicht en straalwaterdicht. Binnen of onder een overkapping volstaat IP44, en in een stoffige overdekte ruimte IP54. Staat de haspel op een plek waar hij kortstondig onder water kan komen, dan is IP67 nodig. Kijk altijd naar de werkelijke omstandigheden op locatie voordat je een keuze maakt.

Hoeveel spanningsverlies mag een stroomhaspel maximaal hebben?

Bij 230V houd je maximaal 5 procent aan. Hoeveel verlies je krijgt, hangt af van lengte, stroom en aderdoorsnede samen. Bij 16A over 25 meter kom je met 1,0 mm² boven die grens uit, terwijl 2,5 mm² ruim binnen de norm blijft. Reken met de werkelijke stroom, rol de kabel volledig af bij zware belasting en neem bij twijfel een maat dikker.

Welk amperage past bij een haspel voor een bouwplaats?

Voor licht gebruik met enkele apparaten voldoet 16A. Een standaard bouwplaats met meerdere machines vraagt om 32A, en bij zwaardere installaties of subverdeling per zone ga je naar 63A. Tel het wattage van alle apparaten op met 20 tot 30 procent marge erbij om het juiste amperage te bepalen voor jouw situatie.

 

Friand medewerker die controle uitvoert
Paddenstoel verdeelkast voor tijdelijke stroomvoorziening - Friand Elektrotechniek
een goede uitleg en functionering baat kunst!
Mederwerker Friand met perserij
Friand medewerker op de trap met verlengkabel
Friand medewerker werkt aan assemblage in de werkplaats
Friand medewerker verplaatst verdeelkasten in de werkplaats
Friand medewerker voert montagewerkzaamheden uit aan een elektrische installatie
Friand medewerker aan het werk in de werkplaats
Friand medewerker bezig met bedrading in een schakelkast
Medewerker van Friand aan het bureau in overleg

Lees nog meer: